Online beroepsonderwijs

Interactie in een online klaslokaal, een aanpak in 4 stappen

Het Teaching & Learning Network en het programma Digitale Leeromgeving organiseren samen een serie webinars over Digitale didactiek (zie hier de agenda), waarbij we afgelopen week hebben gesproken over interactie in een online les. In deze blog volgt een samenvatting van de webinar inclusief tips van enkele deelnemers, een video volgt later.

Psychologische en sociale afstand

Online onderwijs introduceert niet alleen een fysieke afstand, het gebruik van technologie introduceert ook een psychologische en sociale afstand. Wat is nu precies die gevoelde psychologische en sociale afstand tijdens online lessen? Rond de introductie van de eerste thuiscomputers, beschreef Moore in 1993 de term Transactional Distance, de afstand die je voelt bij het gebruiken van technologie in het onderwijs. Hij beschrijft hoe het lesgeven in traditioneel klaslokaal een kleine transactionele afstand creëert, een afstand die het leren minimaal belemmert (lees: transactie als overdracht van informatie). Dit in tegenstelling tot het lesgeven in een online omgeving (Teams, Canvas/BigBlueButton), dat een grotere transactionele afstand kan creëren die vervolgens het leren (de overdracht) vermindert.

Verkleinen van de afstand

De transactional distance theorie (TTD) van Moore geeft ook direct inzicht in hoe we de afstand kunnen verkleinen. Eén oplossing lag volgens Moore in wat je tegenwoordig kan duiden als personaliseren van de les. Laat bijv. studenten voorbeelden geven, of in subgroepjes verder te werken aan die onderdelen die ze nog niet begrijpen. De tweede oplossing om de afstand te verkleinen is door een toenemende mater van dialoog (tussen docent en student én student-student). Zorg daarom voor kleine groepen om in te werken, waarbij grote groepen opgesplitst kunnen worden in kleine groepen.

De 4 stappen om interactie te bevorderen

Er zijn veel mogelijkheden om interactie te bevorderen. We hebben een aantal daarvan gebundeld en (deels) uitgewerkt in how to’s. Een mooie weergave van een (aantal) van deze tips vind je ook in het werk van Irene van der Spoel (zie afbeelding hiernaast of de website TodaysTeachingTools).

1. Start met een basis: maak keuzes vooraf en afspraken bij de start.

Interactie in een klaslokaal
© Irene van der Spoel
Interactie in een klaslokaal – TodaysTeachingTools
  • Beperk de interactie tot de belangrijkste basis. Interactie begint bij de voorbereiding. Online onderwijs vertraagt, en dus ook de interactie. Gebruik de interactie bij cruciale begrippen waarvan je moet weten wat de status is, of belangrijker nog: waarop je wil handelen (zie verderop: maak vooral gebruik van gesloten vragen). Interactie kan ook voor of na de les (asynchroon), bijv. door een quiz of discussie in Canvas of door middel van Forms in de chat van een Microsoft Teams channel. Zorg ervoor dat na de interactie alle documenten goed vindbaar zijn, ook het materiaal dat tijdens de les voorbij kwam (gedeelde links, waardevolle reacties, ingevulde vragen, etc.).
  • Zet een eerste (veilige) stap. Online onderwijs vraagt nieuwe vaardigheden, probeer die één voor één uit in plaats van alles tegelijk. Denk terug aan toen je net begon als docent: je leerde misschien elke les iets nieuws, en kijk waar het je gebracht heeft. Als laatste, leg de lat niet te hoog. In deze noodgedwongen omslag naar online onderwijs hoeft je niet direct ook net zo innovatief te zijn als die ene collega.
  • Maak afspraken over de communicatie. Dan, als je gaat beginnen: maak bij de start afspraken over de manier van communicatie tijdens de sessie. Hoe kunnen deelnemers aangeven dat ze vragen hebben of de stof niet begrijpen. Plaats deze op het beginscherm en controleer via een ja/nee vraag of iedereen deze begrepen heeft. Controleer of iedereen reageert.

2. Maak contact: gebruik video, benoen namen en pas check-ins toe.

  • Start met een check-in. Geef in kleine groepen iedere student heel kort het woord. Dit kun je ook vooraf laten voorbereiden. In grote groepen kan je vragen om hun situatie te beschrijven met een emoticon. Geef aan dat je een enkeling vraagt dit toe te lichten, en kies er een of twee uit. Kijk hier voor een overzicht van werkvormen om te starten of de groep op gang te brengen.
  • Rond af met een check-out. Laat iedereen 1 vraag formuleren waar ze nog mee zitten. Daar (of een selectie) kan je naderhand (bijv. via een forum) of bij de start van de volgende les op terug komen. Een andere mogelijkheid is afronden met een zwaaimoment, waarin iedereen even de webcam aanzet en elkaar gedag zwaait.
  • Noem de studenten bij naam. Gebruik in kleine groepen zoveel mogelijk de naam van de studenten, bijvoorbeeld als je ze het woord geeft of een vraag beantwoord. Een leuke extra is om ze na een bijdrage even te bedanken.
  • Werk zoveel mogelijk met video. Video’s geven echt de gelegenheid voor sociaal contact. Vraag deelnemers of zij hun video aan willen zetten als zij aan het woord zijn, of als ze reageren op een vraag. Maak hier geen verplichting van, de situatie moet niet leiden tot een onveilige omgeving.

3. Stel duidelijke vragen: gebruik gesloten vragen, duidelijke instructies en pols regelmatig.

  • Maak vooral gebruik van gesloten vragen. Bijv: Begrijpen jullie [x]? ja/nee. Dit geef snel inzicht in de situatie en stelt je in staat op hier op te reageren. Zorg vooraf voor een mogelijkheid om te reageren op de opgehaalde reacties. Als je weet dat niemand het begrepen heeft, maar je geen oplossing daarvoor hebt, creëert dat een negatieve spiraal.
    • Een goede tool in Microsoft Teams voor gesloten vragen is Forms of Polly:
      • Open de chat.
      • Klik op de 3 puntjes en zoek naar Forms of Polly.
      • Type in het nieuwe venster je vraag, geef 2 of 3 reactie mogelijkheden en bevestig.
      • Je ziet de vraag en de resultaten verschijnen in de chat.
      • Let op, je ziet bij elke reactie de naam staan. Een online omgeving vraagt om een veilige sfeer, maak daarover bij het begin afspraken. Bijvoorbeeld door de afspraak ‘We behandelen elkaar met respect’ toe te voegen bij de start (zie start met een basis).
    • Bereid de vragen vooraf voor. Zo hoef je deze tijdens de les alleen te kopiëren naar te chat, dit scheelt tijd en behoudt de aandacht.
    • Gebruik een externe tool (bijv. Mentimeter) alleen bij toegevoegde waarde. Studenten moeten (meestal) de lesomgeving verlaten en bekend zijn met de werkwijze van een extra tool. Echter, sommige vraagsoorten worden niet ondersteund in Teams en geven een externe tool een toegevoegde waarde (bijv. grafieken of verdeel-vragen).
  • Maak korte en duidelijke instructies. Je boodschap wordt wellicht anders geïnterpreteerd dan je denkt. Hanteer de volgende vuistregel: een instructie voor synchroon online onderwijs past in 3 korte (!) zinnen, gebruik het anders als opdracht of voor asynchroon onderwijs. Ook handig: vraag bij twijfel een collega of student om vooraf te kijken. Maak hier geen verplichting van, de situatie moet niet leiden tot een onveilige omgeving.
  • Pols regelmatig de stemming. Maak regelmatig (bijv. elke 5-10 min.) gebruik van zgn pols (korte, MC vragen) om te inventariseren of je studenten het begrepen hebben of er nog bij zijn. In online onderwijs hebben studenten eerder de neiging om af te haken. Een handige manier om te controleren wie er actief in de les zijn, is door te vragen om het handje in Teams aan te vinken. In het overzicht van de aanwezigheid zie je snel wie er (niet) actief. Dit kan ook andersom, door na een paar minuten uitleg te informeren wie er een vraag heeft naar aanleiding van die uitleg. Bedenk wel: hoe creëer ik een situatie waarin de student zich veilig genoeg voelt om te reageren op deze vraag?

4. Werk in kleine groepen: werk samen en splits in groepjes.

  • Werk samen met een collega. Pak grote groepen (>10) of langere sessies (>30 min) aan met 2 docenten: 1 geeft de les, de ander reageert op de vragen. Een extra beslag op je tijd, maar als je dit uitzet tegen de groei van de student is dit het misschien waard. Leuke aanvulling: laat de collega op afgesproken momenten één of meerdere student apart nemen in een extra kanaal voor extra uitleg. Bijvoorbeeld tijdens een verdieping voor de snelle student. Een mooie variant op deze optie is het aanstellen van een student als moderator. Hij of zij kan de vragen of opmerkingen samenvatten op door jou aangewezen momenten. Naast een extra hand in de les is deze optie ook een activerende werkvorm.
  • Splits op in kleine groepen (break-out). Kleine groepen scheppen een veilig sfeer met meer ruimte voor een dialoog. Bovendien biedt het de kans om studenten van elkaar te laten leren (peer-to-peer).
    • De sfeer in de groep moet goed genoeg zijn om samen te werken (zie start met een basis) en de opdracht in de subgroep moet heel concreet zijn (zie maak korte en duidelijk instructies)
    • Na een groepsopdracht kun je studenten in weer terug laten komen in de plenaire groep en laten samenvatten of presenteren wat er is gebeurd in hun subgroep.
    • Door een voorbewerkt bestand klaar te zetten met instructies hebben ze extra houvast. Denk aan een word document met de instructies of een powerpoint met de titelslides die gevuld moeten worden.
    • Het uit elkaar gaan in kanalen vraagt de eerste keer extra tijd en aandacht. Voordeel is dat je snel een beeld krijgt wie het goed begrepen hebben en wie er extra aandacht nodig heeft.
    • Dit kan in Microsoft Teams goed door middel channels (zie hieronder) of in Canvas door middel van BigBlueButton.
    • Leuk aanvulling bij opsplitsen in kleine groepen: geef deze een speciale naam: zolder/woonkamer; zee/strand/boot; HL7/HL15/PL101.

Interesse in een verdere verdieping?

Online college en privacy

Wat mag wel en niet met betrekking tot online college en privacy? Bekijk het artikel op digitale HU Online lesgeven: wat kan en wat kan niet?