Toetscyclus

Leeruitkomsten en leerdoelen

De term leeruitkomsten en leerdoelen worden vaak door elkaar gebruikt. Indien de opleiding dat wenst, kan er onderscheid gemaakt worden. Dan kunnen de volgende definities bruikbaar zijn:

LEERUITKOMST: dit is een meetbaar resultaat van leerervaringen die ons in staat stelt er zeker van te zijn tot welke hoogte/niveau/standaard een competentie is gevormd of verbeterd. Leeruitkomsten zijn geen unieke eigenschappen van een student maar uitspraken die hoger onderwijsinstellingen in staat stellen om te meten of studenten hun competenties hebben ontwikkeld op het vereiste niveau. Bij leeruitkomsten gaat het om het verder operationaliseren van de landelijke eindkwalificaties naar de uiteindelijke cursussen in een curriculum. Er zijn geen specifieke eisen gesteld aan de manier waarop een opleiding de eindkwalificaties operationaliseert per cursus. Het uitgangspunt is dat de opleiding het onderwijs en de toetsing kan verantwoorden in relatie tot de eindkwalificaties en het eindniveau. De leeruitkomst moet altijd herkenbaar zijn voor het beroepenveld.

Ook is een heldere beschrijving van de leeruitkomsten nodig voor studenten en docenten om een helder beeld te krijgen van wat er wordt verwacht in een bepaalde cursus. Dit is zeker nodig als studenten bijvoorbeeld in het kader van Leerwegonafhankelijke Toetsing moeten beslissen of zij bijvoorbeeld wel of niet naar de bijeenkomsten komen. Daarbij is een leeruitkomst iets anders dan een leerdoel.

Voorbeeld van een leeruitkomst: “De student herkent de factoren die belangrijk zijn bij       gezondheidsinstandhouding gedurende de levensloop en kan deze verantwoord toepassen bij het analyseren van het risico op gezondheidsproblemen. De student integreert preventieve en zelfmanagement ondersteunende maatregelen bij het bepalen en verlenen van verpleegkundige ADL zorg.” Toetsvorm is hier vrij.

LEERDOELEN: deze hebben betrekking op de doelen die tijdens de leerwegafhankelijke route in een cursus bereikt gaan worden en zijn daarmee een operationalisatie van het doel van de cursus. Bij leerdoelen gaat het meer om het proces: wat wordt van de student verwacht en/of wat wil de docent bereiken. Vanuit het curriculum van een opleiding vormen de doelen van de verschillende cursussen het formele/beoogde curriculum.

Voorbeeld van een leerdoel: “De student analyseert het risico op gezondheidsproblemen van een patiënt met behulp van de factoren die belangrijk zijn bij gezondheidsinstandhouding gedurende de levensloop.” Toetsvorm: verslag.

Voor zowel leeruitkomsten als leerdoelen geldt dat ze toetsbaar moeten zijn. Dat wil zeggen:

  • het is duidelijk welk GEDRAG van de student gevraagd wordt
  • en over welke INHOUD dit gaat
  • en onder welke VOORWAARDEN en/of CONTEXT dit gedrag moet worden getoond.
  • en soms wordt ook vermeld welke hulpmiddelen gebruikt mogen worden.

Dat leidt tot een dergelijke formulering:

“De student vertoont gedrag A, met betrekking tot inhoud B onder voorwaarden C, waarbij hulpmiddelen D worden gehanteerd wat leidt tot prestatie E.”

 

NB: de NVAO noemt naast bovenstaand onderscheid (leerwegonafhankelijke leeruitkomsten versus leerdoelen) ook ‘beoogde leerresultaten’ . Hiermee worden de eindkwalificaties van de opleiding genoemd. Deze zijn voor alle varianten van de opleiding dezelfde. Hooguit kan een opleiding per variant een ander accent leggen. Maar alle varianten van de opleiding leiden tot hetzelfde diploma met als logisch gevolg dat de beoogde leerresultaten van verschillende varianten onderling van dezelfde kwaliteit, oriëntatie en eindniveau zijn.

Opleidingen vertalen beoogde leerresultaten naar leerdoelen en daaraan gekoppelde onderwijseenheden die als geheel het curriculum vormen, of in de FLEXPILOT naar leerwegonafhankelijke leeruitkomsten. Zie het document NVAO Beoogde leerresultaten en leeruitkomsten – v25nov20.

 

Materialen

De NVAO over leeruitkomsten

Notitie leerwegonafhankelijk toetsen op de HU (2016)

Tuning-systematiek voor formulering leeruitkomsten