Toetscyclus

Het kiezen van een passende toetsvorm

Bij het kiezen van een toetsvorm spelen meerdere overwegingen een rol:

  • Welke toetsvorm past het beste bij de leeruitkomsten en bij de onderwijs- en leeractiviteiten? Het is belangrijk dat deze op elkaar afgestemd zijn (constructive alignment) (Biggs & Tang, 2011). Dit overzicht Toetsvorm en relatie tot taxonomie kan je helpen bij je keuze.
  • Hoe ziet het toetsprogramma eruit en hoe past de te ontwikkelen toets daarin?

De keuze voor een toetsvorm wordt bepaald door de beoogde leeruitkomsten van de cursus/module. Daarnaast speelt de toetsfunctie een rol.

Hier vind je een overzicht van binnen de HU veel gebruikte toetsvormen:

Gesloten vragen

Gesloten vragen zijn vragen waarop je één enkel, kort antwoord, het enige juiste is. Dat kunnen bijvoorbeeld meerkeuzevragen zijn, ‘meer-uit-meer-vragen’ of vragen waarbij een cijfer of letter moet worden ingevuld. Deze vragen kunnen eenvoudig worden gedigitaliseerd en automatisch worden nagekeken, waardoor ze geschikt zijn voor afname onder grote studentaantallen. Wel vraagt de constructie van gesloten vragen om veel aandacht.

Meer informatie: gesloten vragen.

Open vragen

Bij open vragen wordt een antwoord gegeven dat uitgebreid en vaak complex is. Ze worden dan ook vaak gebruikt bij leerdoelen van een hoger taxonomisch niveau (toepassen van kennis). Open vragen hebben specifieke constructie-eisen. Daarnaast is het belangrijk om een goed beoordelingsmodel op te stellen.

Meer informatie: open vragen.

Casus

Een casustoets legt de student situaties uit het werkveld voor, waarop de student een analyse/reactie/vervolg geeft. Deze toetsvorm is geschikt voor het toetsen van leeruitkomsten van een hoger taxonomisch niveau. Meestal wordt een casus gecombineerd met open vragen. Daarom is het ontwerp van een beoordelingsmodel ook belangrijk.

Meer informatie: casus.

Beroepsproduct

Beroepsproducten zijn diensten of producten die een professional moet kunnen leveren in het uitoefenen van zijn beroep (Losse, 2016). Deze diensten of producten laten prestaties zien en zijn daarom bruikbaar voor beoordeling. Ze maken de toetsing voor een student vaak betekenisvol.

Meer informatie: beroepsproduct.

Assessment

“Assessment is een procedure waarin een waarderend oordeel wordt uitgesproken op basis van meerdere metingen van specifieke prestaties ten behoeve van een te nemen beslissing.” (Sinke, 2015. P. 34). Daarbij is een criteriumgericht interview meestal een onderdeel. Verder is het uitgangspunt dat er altijd één samenhangend oordeel wordt gegeven op basis van alle onderdelen.

Sommige opleidingen maken ook gebruik van performance-assessment. Hierbij worden in een (nagebootste) praktijk bepaalde leerdoelen (meestal vaardigheden) getoetst.

Meer informatie: assessment en performance-assessment.

 

Reflectieverslag

In een reflectieverslag blikt de student terug op bepaalde ervaringen. Vaak wordt deze vorm gebruikt als onderdeel bij stage-beoordelingen of groepswerk, om goed zicht te krijgen op de ontwikkeling die de student heeft doorgemaakt.

Meer informatie: reflectieverslag

Procesverslag

In een procesverslag geeft de student een beschrijving van de activiteiten die hij/zij heeft uitgevoerd op weg naar het resultaat. Vaak wordt deze vorm gebruikt als extra onderdeel bij een beroepsproduct.

Meer informatie: procesverslag.

Openboektoets en take-home toets

Een take-hometoets (THT) is een toets die je studenten digitaal toe kunt sturen, waarbij je een tijdslimietaangeeft, en waarbij de studenten wordt gevraagd om het online in te dienen of naar jou terug te sturen. De toets wordt dus op afstand gemaakt. Het is studenten toegestaan om bestaande hulpmiddelen (zoals informatiebronnen) te raadplegen via het internet, gedurende de toetstijd.  Meestal is bij een THT eerder sprake van dagen dan van uren dat ze aan de toets mogen besteden.

Meer informatie: take-home toets.

Bronnen

Van Berkel, H., Bax, A. & Joosten-ten Brinke, D. (2017). Toetsen in het hoger onderwijs (4de herziene druk). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.